Waarom standaardiseren en harmoniseren in de JGZ?

Alfred de kiewit Consultant JGZ

Deze vraag staat centraal in onze nieuwe Topicast podcast. Geen podcastfan? Lees dan het artikel!

Gepubliceerd op: Oktober 04, 2021

Klik hier om deze derde ‘Preventie aan zet’ aflevering meteen te beluisteren of zoek op 'Topicast' in jouw eigen podcastplatform.


Artikel: 'Waarom standaardiseren en Harmoniseren in de JGZ?

Onze podcastmaker Ludo de Boo sprak voor onze podcast Topicast over ‘het waarom’ van standaardiseren en harmoniseren in de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) met:

  • Janine Bezem, afdelingshoofd JGZ bij de GGD van Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden,
  • Ananta Sotthewes, productmanager JGZ bij Nictiz 
  • en Lejo Bouma, informatiemanager bij GGD en Veiligheidsregio Drenthe.

Het artikel hieronder is op de podcast gebaseerd. 


Wat is het eigenlijk; standaardiseren en harmoniseren in de JGZ?

Op basis van de toelichting van Janine Bezem en Lejo Bouma komen we tot de volgende definitie van standaardiseren en harmoniseren; het gaat om het eenduidig registreren en ter beschikking stellen van gegevens. Je gebruikt deze gegevens voor advies, monitoring en beleidsondersteuning. De gegevens worden geregistreerd volgens een standaard; de basisdataset jeugdgezondheidszorg (BDS JGZ). Voorbeelden van gegevens of items die in de BDS zijn opgenomen zijn sociaal emotionele ontwikkeling en gehoor. Klik hier voor een BDS-uitlegfilmpje. 

Het gebruik van de BDS verschilt per JGZ-organisatie; mede omdat de organisaties onderling heel verschillend zijn. Lejo zegt hierover: “Natuurlijk is het zo dat je die professional niet moet gaan belasten met alle 2600 items.” Hij licht toe dat het interessant kan zijn voor teams om met de BDS aandoeningen vast te leggen die specifiek in een wijk voorkomen. Lejo: “Stel, je woont dichtbij een fabriek en daardoor hebben kinderen meer last van COPD. Dan zou je daar met elkaar afspraken over kunnen maken.” 


Stel, je woont dichtbij een fabriek en daardoor hebben kinderen meer last van COPD. Dan zou je daar met elkaar afspraken over kunnen maken.” 

Lejo Bouma, informatiemanager GGD en Veiligheidsregio Drenthe


Mee met de digitale revolutie

Ananta Sotthewes van Nictiz benoemt dat het beheer van de BDS ontzettend belangrijk is. Ze zegt: “Als je dat goed bijhoudt, dan kan een informatiestandaard een goede brug zijn tussen zorgverleners, zorgproces en ICT systeem. Dus dat is iets wat je continu onderhoudt en beheert. Maar wel in samenspraak met het zorgveld.”

Lejo spreekt van een digitale revolutie. Hij noemt dat de wet op de digitalisering van de JGZ heeft geleid tot het digitale jeugddossier. En dat inmiddels gemeenten steeds meer om data vragen. Ook zijn eigen GGD gaat de organisatie meer datagestuurd inrichten. Lejo: “Dat is nogal een omslag in het denken. Maar dat betekent ook dat je er gewoon niet onderuit komt om goed na te denken oké, en wat voor producten leveren wij dan binnen de jeugdgezondheidszorg?”


Harmoniseren op allerlei niveaus

Janine benoemt dat digitalisering van de JGZ op allerlei niveaus een rol gaat spelen. Op gemeentelijk niveau, maar ook landelijk. Als voorbeeld noemt ze dat als je op eenzelfde manier lengte en gewicht registreert, je beter kunt zien of kinderen dikker worden. Janine: “In een coronaperiode bijvoorbeeld. Dat kun je ook echt kunt zien in onze data. Bijvoorbeeld meer in bepaalde wijken of in bepaalde gemeenten. En dat heeft dan invloed op welke programma's of welke interventies je gaat inzetten.” Daar zijn allerlei organisaties bij betrokken. Zoals de jeugdgezondheidszorg, diëtetiek en het ziekenhuis. Janine: “Dus het is heel erg belangrijk dat je harmoniseert. Niet alleen op gemeentelijk of regionaal niveau, maar het liefst ook voor bepaalde data op op landelijk niveau.” 

Lejo noemt dat als je bijvoorbeeld landelijk het BMI van kinderen vastleg, je trends kunt vastleggen waarop je kunt anticiperen. Janine: “Preventieve zorg. Daar gaat het om. Waar zien we nou tendensen die je nog kunt keren; bijvoorbeeld in het overgewicht."


Uitdagingen

Er zijn verschillen in wat JGZ-organisaties registreren, maar er zijn ook zaken die veel voorkomen zoals het meten van lengte en gewicht. Janine stipt aan dat het probleem erin zit dat het lastig is deze gegevens eenduidig op te hoesten. Ze zegt: “Het gaat alleen al over ‘hoeveel cijfers je achter de komma zet. ‘Gebruik je een komma of gebruikt je een punt bij de centimeters en bij de kilo’s?’ Als je dat niet doet, dan krijg je een en ander bestand. Dan krijg je andere getallen.” Ananta vult aan dat je daar juist je monitoring op wilt hebben: “In welke mate is mijn primaire vastlegging volledig en tijdig?”

Lejo zegt dat er dat er ook een rol is voor de professionals: “Ze moeten leren dat ze niet meer alleen zelf bepalen wat er van belang is, maar dat ze ook meer oog hebben voor het bredere maatschappelijke belang dan alleen het kind.” Hij noemt de situatie in IJmuiden als voorbeeld waarbij de JGZ op basis van de standaard gegevens kan delen met de gemeente. Hiermee krijgt de gemeente beter in beeld wel effect de fabriek daar heeft op de gezondheid van de burgers die daaromheen wonen. 


 “Het begint met gedragsverandering bij de professional. En je kunt ze daarna helpen met bijvoorbeeld feedback rapportages.”

Janine Bezem, afdelingshoofd JGZ GGD Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden


Betere registratie door professionals

Professionals kunnen volgens Lejo geholpen worden met controlerapportages en goed functioneel applicatiebeheer. Lejo over functioneel applicatiebeheerders: “Dat zijn mensen die van belang zijn voor de inrichting van bijvoorbeeld het digitale jeugddossier. Dat wordt door heel veel GGD’en, ook bij ons, erg onderschat. Terwijl het alleen maar belangrijker wordt om het beheer van de informatiesystemen en de gegevens die daarin worden vastgelegd samen met de professionals te borgen.”

Janine ziet het net wat anders. In haar ogen zitten registratiesystemen en feedbackrapportages toch meer aan die achterkant terwijl er eerst wat aan de ‘voorkant’ moet gebeuren. Janine: “Er moet eerst een bewustzijn zijn van ‘wij kunnen met onze gegevens een bijdrage leveren aan de collectieve preventie voor een wijk, voor een gemeente, maar ook landelijk.’ Het begint met gedragsverandering bij de professional. En je kunt ze daarna helpen met bijvoorbeeld feedback rapportages.” 


Slimme digitale registratie-ondersteuning

Ananta benoemt dat de administratieve last van professionals kan worden verlicht met automatisering. Ananta: “Er zijn veel slimme mogelijkheden om je data te controleren en te toetsen op juistheid. En ze terug te leggen bij de professional die dan ziet ‘o ja, dit heeft deze impact.’” Janine noemt de slimme richtlijn als goed voorbeeld hiervan: “Samen met Topicus en TNO is de slimme richtlijn ontwikkeld waarbij via lengte en gewicht in je digitaal dossier iets oppopt; ‘je mist gegevens’ of een advies hoe je volgens de richtlijn met bepaalde lengte en gewicht gegevens zou moeten omgaan.” Zo kan digitalisering helpen om het gedrag te beïnvloeden, maar ook om het zorgproces te ondersteunen. 

Lejo merkt op dat het duidelijk moet zijn welke visie je hebt als organisatie op bepaalde onderdelen en wat dat betekent voor de inrichting van je processen, je informatiesysteem, de registratie, de bewustwording van de professional, controle en terugkoppeling. Als je dat allemaal op orde hebt, is de cirkel rond.


“Individuele gezondheidszorg aanbieders, daar ben ik echt niet zo bang voor, maar wel dat onze data door anderen gebruikt wordt.”

Janine Bezem, afdelingshoofd JGZ GGD Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden


JGZ moet toegevoegde waarde laten zien

Lejo is van mening dat GGD’en in de komende vijf tot tien jaren echt moeten laten zien waar hun toegevoegde waarde zit. Bijvoorbeeld op het gebied van ‘healthy aging’, forensische geneeskunde en preventieve gezondheidszorg. Lejo: “Als wij dat niet goed kunnen oppakken, dan sluit ik niet uit dat er dan heel makkelijk andere partijen in dat gat kunnen springen naar gemeenten toe en dat wij op onderdelen gewoon de boot missen.” Hij denkt dan aan een commerciële partij die jeugdgezondheidszorg biedt. 

Janine onderscheid daarbij de individuele zorg die door artsen en verpleegkundigen wordt geleverd en het goed gebruik van data. Janine: “Individuele gezondheidszorg aanbieders, daar ben ik echt niet zo bang voor, maar wel dat onze data door anderen gebruikt wordt.” Ze zou het jammer vinden als JGZ-gegevens ook op landelijk niveau niet gebruikt kunnen worden omdat ze niet eenduidig geregistreerd zijn. Dan zullen daar inderdaad andere partijen op inspringen.


Landelijke sturing

Ananta: “We moeten naar actie toe. ‘Hoe kom je tot een resultaatgerichte aanpak?’ De standaard moet geactualiseerd worden en we hebben monitoring nodig om te kunnen toetsen; registreren we juist, volledig tijdig en vooral eenduidig. Zodat we wel kunnen vergelijken waar nodig.”

Janine zegt dat prioriteren en financiën daarbij belangrijk zijn. Versnippering van het JGZ-veld maakt prioriteren lastig. Janine: “We zitten met meer dan veertig JGZ-organisaties onder verschillende koepels. We hebben zes digitaal dossier leveranciers. En we hebben allerlei andere partners die daar nog wat over te zeggen hebben als het gaat over financiën. Dus dat maakt het wel complex. Het zou heel mooi zijn als daar meer sturing op zou komen. Landelijk moet worden gezegd: ‘dit zijn de prioriteiten, daar hangt ook dit budget aan en deze routemap gaan we volgen.’”

Ananta: “Je hebt gewoon een landelijk afgestemde ontwikkelagenda nodig om in beweging te blijven, maar die wel vastgesteld moet worden door een samenwerkingsverband tussen VWS, VNG, de gemeenten, ActiZ en GGD GHOR. En dat vanuit die strategische visie voor de komende paar jaar een route in kaart wordt gebracht zodat we ook in beweging blijven. En dat we niet blijven discussiëren; wat gaat voor met welk belang?”


“Wij halen geautomatiseerd bepaalde data uit informatiesystemen die gestandaardiseerd zijn. En daarmee kunnen wij heel erg mooi binnen de pandemie clusters van uitbraken op tijd detecteren.

Lejo Bouma, informatiemanager GGD en Veiligheidsregio Drenthe


Robotisering in Drenthe

Het ‘databewustzijn’ bij GGD Drenthe is gestimuleerd door de pandemie. Lejo: “We zijn ons er meer van bewust geworden dat wij veel meer moeten doen met de data die wij in de verschillende informatiesystemen hebben. Datagestuurd werken is echt een van de pijlers die we de komende tijd meer aandacht willen geven. Dat betekent dat we oog moeten hebben voor functioneel applicatiebeheer, data-analisten, data-architecten en dashboarding.” 

Tijdens de pandemie is GGD Drenthe begonnen met RPA, robotic process automation. Lejo: “Wij halen geautomatiseerd bepaalde data uit informatiesystemen die gestandaardiseerd zijn en gecontroleerd zijn. Ze moeten wel kloppen, want anders krijg je ruis in je dashboards. En daar kunnen wij heel erg mooi binnen de pandemie clusters van uitbraken op tijd detecteren. Of per wijk aangeven wat de vaccinatiegraad is; ook binnen bepaalde leeftijdsopbouwen.”

De robotisering is er niet zomaar gekomen vertelt Lejo: “Het is wel heel mooi dat wij op die manier in staat zijn om stappen te zetten, maar dat kan alleen maar als je er ook in wilt investeren.” Hij licht toe dat zijn directeur bereid is om op een andere manier te kijken naar de werkelijkheid en bereid is het budget op een andere manier in te delen. Met meer aandacht voor data-analisten etcetera. 


Jeugdrapportages en schoolprofielen in Gelderland-Midden

In Gelderland-Midden wordt al jarenlang gewerkt met jeugdrapportages. Voor elke gemeente wordt er één gemaakt. Hierin wordt informatie van de JGZ, van Veilig thuis, van de ambulancevoorziening en landelijke cijfers tegen elkaar afgezet; ook naar sociaal economische status. Hiermee kan de GGD gemeenten laten zien hoe het met hun jeugdigen gaat. Er komen problemen als overgewicht, maar ook alcoholgebruik en eenzaamheid naar voren. Omdat de rapportages al jarenlang worden gemaakt, is goed te zien wat er tijdens de COVID-19 pandemie is veranderd. 

De jeugdrapportage wordt op verschillende manieren gebruikt. De rapportage wordt besproken met de professionals en daar wordt dan een kwalitatieve analyse bij gedaan. Janine: “Dat vind ik heel mooi kwantitatieve gegevens in combinatie met kwalitatieve input van professionals.” Janine laat de jeugdrapportage ook altijd agenderen in gesprekken met wethouders: “En dan zie je ook dat ze het gelezen hebben en dat het ook heel veel vragen oproept. Meestal van goh, hoe komt het nou dat wij daar zo negatief in scoren?” 

De GGD maakt daarnaast schoolprofielen voor middelbare scholen. Janine: “Nou, dit jaar in het kader van corona was het natuurlijk helemaal essentieel. En ze zijn ook weer gebruikt om daarmee de steunpakketten aan te vragen.”


 “Dat je van een soort afrekencultuur naar een helpende cultuur gaat. Ik ben benieuwd hoe we daarmee samen vooruit kunnen.”

Ananta Sotthewes, productmanager JGZ Nictiz


Tot slot

Robotisering en jeugdrapportages zijn voorbeelden waar je van elkaar zou kunnen leren. Ananta: “Want soms heeft de ene A ontwikkeld en de ander B, maar misschien wordt het samen wel C. Dus kun je de kwaliteit naar een nog hoger niveau tillen. Je kunt elkaar ook inspireren in ontwikkelingen. Gezamenlijk ontwikkelen kan tijdwinst opleveren.”

Ananta benoemt ook dat ze mooi vindt hoe de focus in het gesprek verschoof naar ‘hoe krijgen we bevlogen personeel en tevreden partnerorganisaties’. Ze zegt dat de focus naar de mensen toe uiteindelijk leidt tot betere inhoud: “Dat je van een soort afrekencultuur naar een helpende cultuur gaat. Ik ben benieuwd hoe we daarmee samen vooruit kunnen.”